Van bejubeld naar verguisd: deze sporters waren 'fout' in de oorlog

Overleven, je grote passie kunnen blijven uitvoeren of bijdragen aan je geloof: samenspannen met de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog had voor sporters verschillende redenen. Dat zegt Paul van de Water, als promovendus verbonden bij de UvA en het NIOD, die een boek schreef over 'foute sporters'. Ook meerdere Noord-Hollandse sporters komen aan bod. Tijdens de oorlog was sport belangrijk voor de Duitsers. Het werd niet alleen gebruikt om nationaalsocialistisch gedachtegoed te promoten, maar het werd ook ingezet om het volk rustig te houden. Want wie sport, komt niet in opstand, dacht men toen. Ook gebruikten de nazi's sport om het volk voor te bereiden op hun rol in de nationaalsocialistische samenleving: mannen als soldaat en de vrouwen als moeder, vertelt Paul van de Water Voor zijn boek 'Langs de Lijn' over 'foute sporters' in de Tweede Wereldoorlog deed hij onder meer onderzoek naar Sam Olij, de Amsterdamse bokskampioen. "Gezien de gewelddadigheden van deze man is het geen lectuur die je graag leest", zegt Van de Water. Olij deed mee aan de Olympische Spelen in 1928, zat bij de politie en was een Jodenjager. "Die man was een hele goede bokser. Hij kon hard slaan, maar was ook tamelijk dom. Hij had geen intellectuele capaciteiten." Volgens Van de Water was Olij verantwoordelijk voor de arrestatie van honderden Joden en beroofde hij ze ook. Na de oorlog werden de Joodse bezittingen die de bokser had verzameld op straat uitgestald. Die spullen vormden gezamenlijk een rij van twintig meter. "Hij nam zelfs een huis van een van de Joden die hij arresteerde in gebruik." Het zat in de familie, want zoon Jan Olij was ook geen lieverdje. Hij deed tijdens de oorlog mee aan de Holocaust by Bullets waar hij Joden ter plekke neerschoot in Polen en Rusland, nog voordat de gaskamers geïntroduceerd waren. Na de oorlog zijn ze allebei opgepakt en zaten ze samen in de gevangenis bij het Haarlemmermeerstation in Amsterdam. Jan ontsnapte en is naar Argentinië gevlucht. Zijn broer Kees, die waarschijnlijk geen zware geweldsmisdrijven op zijn naam had staan, is later met de vrouw van zijn gevluchte broer getrouwd. Hij heeft nog jaren in Amsterdam-Noord gewoond en werkte als Schilder. Op een dag werd hij dood in zijn huis aangetroffen. Het was onduidelijk of hij zelfmoord had gepleegd of op een andere manier was overleden. Vader Sam was de enige die tot een lange gevangenisstraf werd veroordeeld, namelijk vijftien jaar. Keeper en betoger Een andere sporter die Van de Water intrigeert, is de keeper van het toenmalige Nederlands Elftal, Gejus van der Meulen uit Heemstede. "Gejus was kinder arts en had tegelijkertijd een hoge functie bij de SS. Het was een immens populaire sportman, een integere man en ook naïef eigenlijk." Toen Van der Meulen lid werd van de NSB, schreef hij alle patiënten een brief waarin hij aangaf dat hij lid was geworden. "De meeste patiënten wilden toen niets meer met hem te maken hebben." Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Van der Meulen als arts voor de Duitsers, maar of hij gevochten heeft, is niet bekend. Hij was vooral bekend omdat hij zijn positie als sportheld gebruikte om anderen te bekeren tot het nationaalsocialisme. "Hij maakte veel propaganda. Hij hield vlammende betogen voor jongeren van een jaar of vijftien. Ook al was hij een heel slechte spreker." Na de oorlog kreeg hij een milde straf en heeft hij een paar jaar gezeten, daarna leefde hij een treurig bestaan. "Hij ging van immens nationale sportheld, naar een leven aan de rafelranden van de samenleving." Zo mocht hij na de oorlog niet meer voetballen bij de Haarlemsche Football Club, zijn zoon voetbalde er nog wel. "Hij mocht wel komen kijken, maar dan werd hij met de nek aangekeken." Ook behield Van der Meulen zijn praktijk in Heemstede, maar hij be handelde daar alleen maar de kinderen van voormalig collega-NSB'ers. "Niemand wilde meer met hem te maken hebben. Alleen om die reden zou hij al spijt hebben van de keuzes die hij heeft gemaakt." Worstelaar, NSB'er en redder Tot slot was er de familie Eillebrecht, worstelaars uit Amsterdam. Zij waren opvallend vanwege de sport, maar het is maar de vraag of ze schuldig zijn aan echte oorlogsmisdaden. "Het waren worstelaars op topniveau, maar toen verdiende je nog geen geld met topsport. Ze waren straatarm. Daarom sloten ze zich aan bij de NSB, want dat zorgde ervoor dat ze het financieel wat beter hadden", vertelt Van De Water. Piet Eillebrecht gaf trainingen aan de lijfwachten van Anton Mussert, politiek leider van de NSB. "Ze waren zowel goed als fout", zegt Van de Water. Eillebrecht zat bij de NSB, maar werkte ook samen met Verzetsgroep Vrij Nederland en bereidde een aanslag voor op Mussert, die overigens mislukte. Tegelijkertijd had hij Joodse onderduikers in huis. "Als je binnenkwam in hun huis in Amsterdam, dan hing daar een heel groot portret van Hitler. Voor de politie kwam hij dan over als een goede vent en voorkwam dit huiszoekingen." Eillebrecht werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van ongeveer twee jaar, maar later bleek dat hij misschien wel helemaal geen straf had moeten krijgen, vertelt Van de Water. Ook werd hij door de worstelbond levenslang van de sport geschorst. Volgens Van De Water was het geen slechte man. "Hij koos voor bestaanszekerheid voor hem en zijn gezin." Duivenbrigade te Amsterdam Sport werd dus graag gebruikt ten behoeve van het nationaalsocialisme. Maar er was één uitzondering: de duivensport. "Die werd verboden", zegt Van de Water. Er was zelfs een speciale duivenbrigade in Amsterdam actief, die als opdracht had om duivenmelkers op te sporen. "Als ze duiven zagen vliegen, dan moesten ze die doodschieten." Nu lijkt de duivensport heel onschuldig, maar duiven werden destijds ook gebruikt om berichten te versturen naar Engeland of naar andere verzetsgroepen en dat mocht niet. "Met name op het platteland gebeurde dit, maar ook in Noord-Holland kwam dit zeker voor. Het is grappig, want aan de ene kant werd sport gefaciliteerd, maar dan wel met uitzondering van de duivensport", aldus Van de Water.

Geplaatst op dinsdag 4 mei 2021.